Zonnepaneel aansluiten op een powerstation
Bijgewerkt op 30 juli 2026
Waar je op moet letten bij spanning, stroom en stekkers voordat je een paneel koppelt.
Kort antwoord
Controleer altijd het spanningsbereik (V) en de maximale stroom (A) van de MPPT-ingang. Blijft de open klemspanning van je panelen daarbinnen, dan kun je aansluiten met een MC4-naar-XT60-kabel.
Drie waarden bepalen alles\nElke powerstation vermeldt een spanningsbereik (bijvoorbeeld 11 tot 60 V), een maximale stroom (bijvoorbeeld 15 A) en een maximaal vermogen (bijvoorbeeld 500 W). Overschrijd je de spanning, dan kan de ingang beschadigen.\n\n## Serie of parallel\nPanelen in serie tellen de spanning op, parallel telt de stroom op. Met twee panelen van 100 W en 20 V open klemspanning kom je in serie op 40 V, wat binnen vrijwel elk bereik past.\n\n## Realistische opbrengst\nEen paneel van 200 W levert in Nederland op een heldere zomerdag grofweg 800 tot 1.100 Wh per dag. In december is dat vaak minder dan 200 Wh.\n\n## Stekkers\nDe meeste draagbare panelen gebruiken MC4. Powerstations gebruiken XT60, DC7909 of een eigen aansluiting. Een verloopkabel is bijna altijd nodig.
Veelgestelde vragen
- Kan ik mijn dakpanelen op een powerstation aansluiten?
- Alleen als de open klemspanning binnen het bereik van de MPPT valt en er een aparte kabel naar het toestel loopt. Panelen die op een omvormer zijn aangesloten, kun je niet zomaar aftakken.
- Hoeveel panelen heb ik nodig?
- Deel je dagverbruik in Wh door circa vier tot vijf zonuren in de zomer. Voor 1.000 Wh per dag kom je dan uit op ongeveer 200 tot 300 Wp aan panelen.