Draagbare zonnepanelen voor je powerstation: koopgids

Bijgewerkt op 1 augustus 2026

Welk draagbaar zonnepaneel past bij je powerstation? Connectortypes (MC4, XT60, DC7909), hoeveel watt bij welke accu, en merkspecifieke verschillen tussen EcoFlow, Jackery en Bluetti.

Kort antwoord

Kies een draagbaar zonnepaneel waarvan het vermogen (in watt) ongeveer twee tot drie keer de accucapaciteit (in kWh) bedraagt, en controleer daarna of je powerstation dat vermogen op de zonne-ingang accepteert. Het connectortype verschilt per merk: EcoFlow gebruikt XT60, Jackery heeft een eigen DC-connector, en Bluetti gebruikt MC4 of XT60 afhankelijk van het model. Een verloopkabel is vrijwel altijd nodig.

Waarom een draagbaar zonnepaneel?

Een powerstation is een accu met een ingebouwde omvormer. Zonder oplader raakt hij leeg, en dan heb je nog steeds niks. Een draagbaar zonnepaneel maakt je powerstation echt onafhankelijk van het stopcontact — op een camping, in de tuin, tijdens een stroomstoring of op een afgelegen werkplek.

Het verschil met een vast dakpaneel is dat je een draagbaar paneel mee kunt nemen, kunt kantelen naar de zon en alleen inzet als je het nodig hebt. De opbrengst per vierkante meter is lager dan op een dak, maar je betaalt ook geen installatiekosten.

Twee soorten: uitklapbaar of vast paneel

Uitklapbare panelen bestaan uit twee tot vier zonnecellen in een vouwbaar, stoffen of kunststofframe. Ze zijn licht (3 tot 8 kg), compact mee te nemen en staan binnen dertig seconden. Nadeel: het vermogen per euro is hoger dan bij een vast paneel, en ze zijn minder robuust.

Vaste draagbare panelen (ook wel 'suitcase'-panelen genoemd) hebben een aluminium frame met scharnierende pootjes. Ze zijn zwaarder (10 tot 20 kg) en gaan langer mee. Voor wie het paneel op één plek laat staan — bij een stacaravan of een vakantiehuisje — is dit vaak de betere keuze.

Voor de meeste powerstation-gebruikers is een uitklapbaar paneel van 100 tot 200 W de sweet spot: genoeg om een gemiddelde accu op een zonnige dag behoorlijk bij te vullen, en nog steeds makkelijk mee te nemen.

Connectoren: de stekker moet kloppen

Dit is de valkuil waar de meeste mensen tegenaan lopen. Een zonnepaneel heeft een connector, een powerstation heeft een andere connector, en je hebt bijna altijd een verloopkabel nodig.

| Connector | Waar zie je hem? | Opmerking |

|---|---|---|

| MC4 | De standaard op vrijwel alle zonnepanelen, vast en draagbaar | Waterdicht, klik-systeem, universeel |

| XT60 | EcoFlow en veel aftermarket-panelen | Hogere stroom, klein, niet waterdicht |

| DC7909 / DC5525 | Jackery, soms Bluetti | Cilindrische stekker, lage stroom (max ~10 A) |

| Anderson | Bluetti AC-serie, zware systemen | Voor hoog vermogen, groot en kloffig |

| Eigen stekker | Anker SOLIX, Goal Zero | Werkt alleen met panelen van hetzelfde merk |

Praktisch advies: koop een paneel met MC4-uitgang en een verloopkabel van MC4 naar de stekker van jouw powerstation. Dat is goedkoper en flexibeler dan een merkeigen paneel. Controleer wel of de kabel de juiste polariteit heeft (+ op +, − op −); sommige aftermarket-kabels zitten omgedraaid.

Hoeveel watt past bij jouw accu?

De vuistregel: 200 tot 300 W paneel per kWh accucapaciteit als je de accu op één zonnige dag volledig vol wilt krijgen. Reken met het praktijkvermogen (ongeveer 60 tot 70 procent van het opgegeven vermogen), niet met het labelgetal.

| Accucapaciteit | Aanbevolen paneel | Werking in Nederland |

|---|---|---|

| 250–500 Wh | 100–150 W | Vol op anderhalve zonnige dag |

| 500–1000 Wh | 150–200 W | Vol op één zonnige zomerdag |

| 1000–2000 Wh | 200–400 W | Vol op één lange zonnige dag |

| 2000+ Wh | 400–600 W of meer | Eén dag is krap, reken op anderhalve dag |

Onthoud dat de zonne-ingang van je powerstation een maximum heeft. De EcoFlow Delta 2 accepteert bijvoorbeeld maximaal 500 W; sluit je een paneel van 600 W aan, dan gebruikt de MPPT er maar 500 W van. Dat is niet schadelijk, wel zonde van je geld.

MPPT en spanningsbereik: let hierop

Elke powerstation vermeldt een spanningsbereik voor de zonne-ingang, bijvoorbeeld 11–60 V of 50–145 V. Buiten dit bereik laadt de accu niet — of erger, de ingang kan beschadigen.

  • Een enkel paneel (100–200 W) heeft een open klemspanning van 20–24 V: dat past binnen vrijwel elk bereik.
  • Twee panelen in serie tellen de spanning op: 40–48 V. Dat past nog bij de meeste powerstations, maar check het.
  • Drie of meer in serie kan de bovengrens overschrijden. Lees de handleiding.

Meer over serieschakelen, parallel schakelen en stekkertypes lees je in onze gids zonnepaneel aansluiten op een powerstation.

Merkspecifieke compatibiliteit

EcoFlow

EcoFlow gebruikt XT60 op vrijwel alle modellen. De ingangen zijn breed: de Delta 2 Max neemt tot 1000 W zonnestroom, de Delta Pro 3 zelfs 2600 W. De River-serie accepteert 100–220 W. EcoFlow levert eigen panelen met een vaste XT60-kabel, maar een MC4-naar-XT60-adapter werkt ook.

Jackery

Jackery gebruikt een eigen DC-connector (DC7909 op de Explorer-serie). De ingangen zijn lager dan bij EcoFlow: de Explorer 1000 v2 accepteert 400 W, de Explorer 2000 v2 800 W. Jackery-panelen klik direct vast; voor een derde-partij paneel heb je een MC4-naar-DC7909-kabel nodig.

Bluetti

Bluetti is het meest flexibel: de AC200L accepteert tot 1200 W via MC4 of XT60. De AC180 neemt 500 W via MC4. Kleinere modellen zoals de EB3A beperken zich tot 200 W. Een standaard MC4-paneel plugt direct in de grotere modellen.

Anker SOLIX

Anker SOLIX gebruikt een eigen connector op de meeste modellen. De SOLIX C1000 accepteert 600 W, maar je bent in de praktijk aangewezen op Anker's eigen panelen of een aftermarket-kabel die specifiek voor Anker gemaakt is.

Waar let je nog meer op?

Gewicht en formaat. Een 200 W vouwpaneel weegt 5 tot 7 kg en past in een rugzak. Een 400 W vouwpaneel is al 12 tot 15 kg — nog draagbaar, maar geen wandel-uitrusting meer.

Waterbestendigheid. De zonnecel zelf is waterdicht, de connector vaak niet. Leg de verbinding droog of gebruik een waterdichte MC4-dop.

Temperatuur. Zonnepanelen presteren slechter bij hitte. In de volle zomer op een donkere ondergrond kan het rendement 10 tot 15 procent dalen. Zet het paneel waar wind langs kan.

Kabeldikte. Bij lange kabels (meer dan 5 meter) verlies je spanning. Gebruik minimaal 4 mm² koper, of houd de kabel kort.

Samenvattend

1. Meet je accucapaciteit (in Wh of kWh).

2. Reken 200–300 W paneel per kWh.

3. Controleer het maximaal toegestane vermogen op de zonne-ingang van je powerstation.

4. Controleer het spanningsbereik (MPPT).

5. Identificeer de connector en koop de juiste verloopkabel.

6. Kies uitklapbaar voor draagbaarheid, vast paneel voor een vaste plek.

Wil je weten wat een paneel in Nederland werkelijk oplevert, lees dan powerstation met zonnepaneel: wat levert het op?.

Veelgestelde vragen

Welk draagbaar zonnepaneel past bij mijn powerstation?
Reken 200 tot 300 W paneel per kWh accucapaciteit. Controleer daarna of je powerstation dat vermogen op de zonne-ingang accepteert en of de connector klopt (MC4, XT60, DC7909 of merkeigen).
Heb ik een verloopkabel nodig?
Bijna altijd. De meeste draagbare panelen hebben MC4, de meeste powerstations hebben XT60, DC7909 of een eigen stekker. Een MC4-naar-powerstation kabel kost 15 tot 30 euro.
Kan ik een gewoon dakzonnepaneel aansluiten op een powerstation?
Ja, als de open klemspanning binnen het MPPT-bereik van de zonne-ingang valt. Een enkel 400 Wp-paneel komt vaak rond 40 V en past binnen het bereik van grotere powerstations. De connector is wel anders: je hebt een MC4-verloopkabel nodig.
Zijn EcoFlow-panelen beter dan third-party panelen?
Niet per se in rendement, wel in gebruiksgemak: de connector klikt direct vast en de kabel is op maat. Een third-party paneel met MC4 is goedkoper en flexibeler, mits je de juiste verloopkabel koopt.
Kan ik twee draagbare panelen tegelijk aansluiten?
Ja, als je powerstation voldoende zonne-ingang toelaat. In serie tellen panelen de spanning op, in parallel de stroom. Controleer of de totale spanning en stroom binnen de limieten van de MPPT-ingang vallen.